broer - zus - 12 - 18 > mensen die je kent van > school

Hoe zit dat bij jou? Weten klasgenoten en docenten hoe jullie gezin eruit ziet? En weten ze ook hoe het is voor jou om met een zieke broer of zus op te groeien? Misschien is het voor jou zo gewoon, dat je er niet eens bij stil staat dat je een zieke broer of zus hebt. Of vind je het juist moeilijk om er op school over te praten? Er is geen gouden regel hoe je hier het best mee om kunt gaan, maar er zijn wel dingen om op te letten of over na te denken.

  • Bij een introductie van een nieuwe klas wordt meestal aandacht besteed aan je gezin. Je kunt dan noemen dat je een zieke broer of zus hebt. Veel jongeren geven aan dat het fijn is om het in ieder geval één keer verteld te hebben tegen iedereen tegelijk. Natuurlijk mag je zelf bepalen hoe uitgebreid je er over vertelt.

  • Misschien zorg je thuis ook wel eens voor je zieke broer of zus, waardoor je minder tijd aan je huiswerk kunt besteden. Ook daarvoor is het prettig dat je docenten op de hoogte zijn. Het is goed dat in ieder geval je mentor je situatie goed kent. Je kunt er een keer met je mentor over praten of dat samen met je ouders doen. De mentor kan ervoor zorgen dat andere docenten ook weten wat er speelt. Zo hoef je niet altijd uit te leggen wat er aan de hand is als het even niet lukt.

  • Nogal wat jongeren met een zieke broer of zus voelen zich niet begrepen op school. Begrip begint met goede informatie. Ook al vind je het misschien moeilijk erover te praten, toch is het fijn dat anderen weten wat er met je zieke broer of zus aan de hand is. Pas dan kunnen ze proberen te begrijpen hoe het voor jou is.

  • Zorg dat je op school een docent hebt, die je vertrouwt en naar wie je altijd toe kunt stappen. In veel gevallen zal dit de mentor zijn. Maar als jij je beter voelt bij bijvoorbeeld een docent die je vorig jaar had, dan kan dat natuurlijk ook.