broer - zus 12 - 18 > mensen die je kent van > geloof/kerk

Je broer of zus is ziek. Iedereen maakt zich zorgen. Misschien spreken je ouders daar met jou over. Misschien doet je zieke broertje of zusje dat. Ook bij jou kunnen allerlei vragen naar boven komen. 

  • Over de zin van het leven, waarom je broer of zus ziek is en jij niet. Je kunt je daar misschien zelfs schuldig over voelen. Sommigen vragen zich af of er dan geen God of Allah  is, die beschermt. Had je broer of zus niet beschermd moeten zijn tegen ziekte? Kun je wel vragen om bescherming voor jezelf? Alles lijkt een beetje onzeker en onverklaarbaar.

  • Je kunt je ook heel alleen voelen, omdat je bijna geen aandacht krijgt. Je houdt je misschien gedeisd. Het kan echt helpen om er over te praten. Je onzekerheden en vragen bij iemand neer te leggen. Misschien je ouders, vriend(in), een opa of oma, noem maar op. Je zult misschien merken dat zij er ook geen antwoord op hebben. Dat had je al verwacht; misschien is dat zelfs een reden voor je om er niet over te beginnen… Toch kan het echt helpen om al dit soort vragen te delen. Het neemt het gevoel van alleen-zijn een beetje weg. En als anderen wel eigen antwoorden op de vragen hebben gevonden, kan jou dat weer aan het denken zetten, en helpen.

  • Je kan al dit soort vragen over het leven en ‘waarom’ en ‘is er ergens Iemand ‘, ook vragen aan de geestelijk verzorger van het ziekenhuis van je broer of zus. Die is er ook voor jou. En die kent al deze vragen heel goed.

  • Misschien heb je een geloof, een religie. Je kunt ook praten met iemand die werkt in de kerk, of de moskee, of de synagoge, of met een pandit.

  • Het is echt zo: de vragen die je hebt, de gevoelens die je hebt, die heb je nooit alleen. Die hebben anderen ook. Hopelijk ga je dat ook merken.