broer - zus 12 - 18 jaar > mensen die bij je horen > opa en oma

Behalve je ouders en broers en zussen zijn er ook anderen die jou goed kennen. Je opa en oma bijvoorbeeld, waar je misschien wel heel goed terecht kunt en waar je niet aan hoeft uit te leggen wat er met je broer of zus aan de hand is.

  • Veel jongeren hebben een opa en oma die vaak komen helpen of komen oppassen. Opa’s en oma’s hebben vaak ook meer tijd dan je ouders. Vraag gerust of ze zin hebben om iets samen met jou te doen. Of ga lekker naar ze toe.

  • Opa en oma kennen je al vanaf je geboorte. Zij weten dan ook goed wat jij leuk vindt, wat je lekker vindt en waar je goed in bent. Veel jongeren vinden het fijn om te praten met hun opa of oma. Dat kan soms gemakkelijker zijn dan praten met je ouders. Als dat zo is, doe dat dan gewoon. Praten is altijd goed.

  • Voor veel jongeren is op vakantie gaan niet zo vanzelfsprekend, omdat er rekening gehouden moet worden met je zieke broer of zus. Bij je opa en oma logeren kan dan misschien wel, als je dat leuk vindt.