broer - zus 12 - 18 > jouw gezin > vader-moeder

Door de ziekte van je broer of zus gaan er bij jou thuis misschien dingen anders dan bij andere gezinnen. Misschien kunnen jullie niet zomaar op vakantie of is er vaker een oppas thuis, als je ouders naar het ziekenhuis moeten. Het valt niet mee om je altijd aan te passen aan je zieke broer of zus. Hieronder vind je wat tips die je hierbij kunnen helpen.

  • Ook al is je broer of zus heel erg ziek, jij bent ook belangrijk! Dat betekent dat jij ook aandacht en tijd mag vragen aan je ouders. Het lukt misschien niet altijd meteen, maar het is wel fijn om soms ook wat tijd alleen door te brengen met  je vader of moeder. Misschien kan dat als je broer of zus naar bed is of als er iemand in huis is om voor je broer of zus te zorgen. Vertel ook aan je vader en moeder wat je graag samen zou willen doen (bijv. helpen met je huiswerk, samen tv kijken, een spelletje, samen de hond uitlaten).

  • Moet jouw broer of zus wel eens opgenomen worden in het ziekenhuis? Lukt het je niet steeds om mee te gaan, dan kun je misschien wel chatten, skypen of elkaar een mailtje sturen… Dan heb je toch even contact.

  • Heb je het gevoel dat jij je zieke broer of zus altijd moet vermaken of op moet passen? Misschien vragen je ouders dat of doe je het omdat je je daar ook een beetje verantwoordelijk voor voelt. Als je wel eens tijd wilt voor jezelf, mag je dat ook tegen je ouders zeggen. Jij hebt je eigen vrienden en vriendinnen en daar moet je ook gewoon mee kunnen omgaan.

  • Het kan best zijn dat je soms jaloers bent op alle aandacht die je zieke broer of zus krijgt. Misschien krijgt hij of zij ook wel heel veel post en leuke cadeautjes. Dan kun jij je wel eens afvragen: ‘Hé, en ik dan?’ Dat is een heel normaal gevoel. Je mag ook best zeggen tegen je ouders hoe dat voor jou is. Soms hebben ze dat zelf niet eens zo goed in de gaten.

  • Misschien vind je dat je zieke broer of zus soms wordt voorgetrokken. Je mag je ouders best vertellen wat je daarvan vindt.

  • Soms wil je misschien iets met zijn allen doen - naar het zwembad, uit eten of op vakantie -  maar kan dat niet. Je kunt dan teleurgesteld zijn, en dat is heel begrijpelijk.  Als je iets wilt doen, wat misschien niet kan, praat er dan toch met je ouders over. Misschien kunnen jullie samen bedenken hoe het wel zou kunnen. Of misschien kun je een keer met anderen mee om toch een leuk dagje uit te hebben.

  • Er zijn organisaties die regelen dat ook zieke kinderen met hun broertjes/zusjes en hun ouders leuke dingen kunnen doen.