vader/moeder > mensen die u helpen > ziekenhuis

Het kan zijn dat uw kind al veel tijd in het ziekenhuis heeft doorgebracht en nog steeds regelmatig in het ziekenhuis moet zijn. Daar zullen ze alles voor u doen om u en uw kind bij te staan. De arts zal u zo duidelijk mogelijk informeren over de behandeling en de verpleegkundige zal u zoveel mogelijk bij de zorg betrekken. Ondanks de vele gezichten zult u vaak een vaste arts en verpleegkundige krijgen die tijdens het ziekteproces van uw kind de rode draad voor u vasthouden, zodat u in gesprekken niet steeds opnieuw uw vragen en zorgen hoeft uit te leggen. Hierna vindt u tips die u misschien kunt gebruiken als u met uw kind naar het ziekenhuis gaat.

Algemeen:

  • Het is prettig om bij gesprekken met een arts of verpleegkundige te zorgen dat uw partner of iemand anders meegaat. Met z’n tweeën hoor je meer dan wanneer je alleen met je kind bent. En het is fijn om na afloop alles nog eens rustig samen te bespreken.

  • Schroom niet en zorg dat u alles wat u wilt weten ook vraagt aan de arts of de verpleegkundigen in het ziekenhuis. Vooraf uw vragen opschrijven voorkomt dat u dingen vergeet. De ervaring leert dat tijdens een gesprek veel vragen worden vergeten.

  • U kunt in het ziekenhuis ondersteuning vragen van een medisch maatschappelijk werker, een (kinder)psycholoog of een geestelijk verzorger. Als u onder behandeling van de kinderarts blijft, dan kunt u ook een beroep op deze deskundigen doen als uw kind niet wordt opgenomen. Deze ondersteuning kan voor uw kind zijn of voor uzelf. Vraag na wat zij voor u zouden kunnen betekenen.

  • Besef dat u zelf heel veel kunt regelen hoe u het wilt, dus dat u zelf de regie houdt. Laat u niet teveel overrompelen door artsen en verpleegkundigen. Mocht u het echt niet eens zijn met een behandeling of de manier waarop uw kind de behandeling moet ondergaan, laat dat dan weten aan uw arts of uw verpleegkundige. Dit kan heel lastig zijn omdat u zich vaak laat leiden door de kennis van het ziekenhuis. Toch kunt u het beste op uw eigen gevoel vertrouwen.

  • Ondanks dat er veel medicijnen bestaan om pijn te bestrijden, kan het voorkomen dat uw kind pijn heeft.

  • Het kan zijn dat door bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld chemotherapie) de haren van uw kind uitvallen. De kinderarts weet bij welke medicijnen dat voorkomt. Veel kinderen maken dan gebruik van een pet of een bandana. Er zijn ook mogelijkheden om een pruik te laten maken van echt haar.

Bij opname:

  • De meeste ziekenhuizen hebben op hun website informatie (of een filmpje) voor kinderen, ter voorbereiding op hun komst naar het ziekenhuis. Dit kunt u samen bekijken. U kunt het ook zelf bekijken en met uw kind bespreken wat u al weet over wat er gaat gebeuren. Voor uw kind is elke informatie vooraf, geruststellend. Veel informatie over een ziekenhuisopname voor kinderen is ook te vinden op www.kindenziekenhuis.nl.

  • Laat uw kind zijn of haar favoriete dekbed of eigen kussen meenemen naar het ziekenhuis om zich iets meer thuis te voelen. Of een foto van uw gezin voor als u er niet bent. Zo voorkomt u dat uw kind zich minder eenzaam voelt. Ook de knuffel en favoriete muziek mag niet ontbreken.

  • In het 'Hou me vast'-dagboekje zit een lijst met spullen die u allemaal mee kunt of moet nemen naar het ziekenhuis.

  • Wist u dat u in sommige ziekenhuizen uw huisdier mee mag nemen voor een  bezoekje? Dit kan voor uw kind heel prettig zijn. Vaak mist een kind een huisdier enorm.

  • Vraag of er regelmatig een afspraak kan worden gemaakt met de kinderarts. Vooral als uw kind langer in het ziekenhuis ligt, is het goed dat u zeker wekelijks bijgepraat worden door de arts. Vaak kunnen de verpleegkundigen ook veel vragen beantwoorden. Schroom niet om deze te stellen.

  • Het is goed om tijdens de opname foto’s te maken. Vaak vragen kinderen na een hele tijd wat er precies allemaal gebeurde in het ziekenhuis. Dan kunt u er nog eens samen naar terugkijken. Ook veel ouders hebben steun aan foto’s, ook al horen ze bij een periode waar ze liever niet aan terugdenken. Het kan helpen bij het verwerken van alles wat u meemaakt.

  • U kunt als ouder ook verzorgende of medische handelingen aanleren in het ziekenhuis. De verpleegkundigen helpen u graag. Zo kunt u meehelpen in de zorg en uw kind thuis ook zelf verzorgen.

  • Woont u ver van het ziekenhuis waar uw kind wordt opgenomen? Bij een aantal ziekenhuizen staan Ronald McDonaldhuizen. In zo’n huis kunt u met uw andere gezinsleden logeren. Voor 15 euro per dag kunt u met uw gezin gebruikmaken van de faciliteiten. In een aantal Ronald McDonaldhuizen is er een huiskamer aanwezig. Meer informatie vindt u hier: http://www.kinderfonds.nl.

  • Vraagt u zich af of de zorg die in het ziekenhuis gegeven wordt ook thuis kan? Soms kan de opnameduur verkort worden als er thuis zorg wordt ingeschakeld. U kunt dit met uw arts bespreken. Ook als uw kind beademing nodig heeft in het ziekenhuis is het soms mogelijk om naar huis te kunnen.

  • Als de stap van het ziekenhuis naar huis net iets te groot is of er is te weinig tijd is om alles geregeld te krijgen, dan kan uw kind ook tijdelijk naar een kinderhospice. Dit is een logeeradres voor zieke kinderen, waar kinderen kort kunnen verblijven.

  • Het is fijn als de huisarts op de hoogte is van een langdurige ziekenhuisopname (met name bij acute opname) of bij ontslag. Dit is natuurlijk niet nodig bij iedere korte geplande opname. U kunt hierover ook afspraken maken met uw huisarts.

  • Sommige ziekenhuizen werken met verpleegkundig consulenten die op bezoek kunnen komen thuis, zodat de overgang van ziekenhuis naar thuis wat vlotter verloopt, vooral als er veel te regelen valt.

  • Niemand hoopt dat het nodig is maar overleg toch met uw kinderarts of er een niet-reanimeren verklaring voor uw kind aanwezig moet zijn. Sommigen ouders willen niet dat hun kind nog gereanimeerd wordt bij calamiteiten. Bespreek dit met uw arts. Mocht het nodig zijn, dan kan uw arts een niet-reanimeren verklaring afgeven. Hierop staat vermeld dat uw kind niet meer gereanimeerd dient te worden als vitale functies uitvallen.