vader/moeder > uw gezin > uw andere kinderen

In veel gezinnen zijn er naast het zieke kind ook andere kinderen. Die groeien op met een ziek broertje of zusje en dat is anders dan opgroeien in een gezin met gezonde kinderen. Veel ouders proberen hun gezin zo gewoon mogelijk te laten functioneren, zodat de broers en zussen van het zieke kind ook hun eigen dingen kunnen (blijven) doen. Dat blijkt in de praktijk soms nog een hele klus. De ziekte van uw kind heeft nu eenmaal impact op het hele gezin. Hier vindt u wat handvaten die u misschien kunnen helpen.

  • Ook voor broers en zussen is het van belang dat ze weten wat er met hun zieke broer/zus aan de hand is en dat ze die informatie van u horen. Het is nooit prettig als ze van iemand anders te horen krijgen wat er aan de hand is of wat er mogelijk kan gebeuren.

  • Kunnen uw andere kinderen begrijpen welke ziekte hij/zij heeft? Wacht er dan niet te lang mee om dit aan hen te vertellen. Ook broers en zussen voelen het aan als er iets niet klopt. Soms vangen ze iets op van een telefoongesprek of horen ze hun ouders zacht tegen elkaar praten. Als er dan (nog) niets wordt verteld, trekken ze hun eigen conclusies en die zijn niet altijd juist. Vaak is hun fantasie erger dan de werkelijkheid. Dit geldt ook als er veranderingen zijn in het ziektebeeld van uw kind of er zijn uitslagen van onderzoeken bekend.

  • Als u uw kinderen vertelt dat hun broer of zus ziek is, kunt u in uw eigen woorden uitleggen wat dat inhoudt, rekening houdend met wat uw kinderen kunnen begrijpen. U kunt beginnen met een inleidende zin die aansluit bij iets wat uw kind al weet, zoals:  ‘Je weet toch nog dat we naar de dokter moesten’, gevolgd door wat er aan de hand is. Wees eerlijk, maar gebruik niet teveel moeilijke woorden. Houd het eenvoudig en geef niet teveel informatie tegelijk. Kijk goed hoe het bericht bij uw kind aankomt. Als u ziet dat het teveel is, vraag dan of uw kind nog meer wil horen, of liever op een ander moment verder wil praten.

  • Als er meer broers en zussen in het gezin zijn, kunt u overwegen om het zo tegelijkertijd te vertellen of juist ieder apart. Als het leeftijdsverschil groot is, kan het fijn zijn om de kinderen apart van elkaar te informeren, ieder op hun eigen manier.

  • Wees eerlijk en open naar uw kinderen. Kinderen merken aan u als u niet alles vertelt of misschien de boodschap wat minder erg maakt. Het kan zijn dat ze er naar vragen, maar veel kinderen durven dat niet. Zij blijven dan achter met een angstig gevoel en het idee dat ze er beter niet over kunnen praten. Probeer dat zoveel mogelijk te voorkomen.

  • Praten met uw kinderen is soms lastig. De meeste kinderen vinden het namelijk behoorlijk spannend om te praten, zelfs met hun ouders. Dit is heel normaal. Kinderen zijn vaak bang dat ze hun ouders nog meer verdriet doen, terwijl ze al verdriet hebben om hun broer of zus. Ze kunnen het moeilijk vinden  om te vertellen waar ze bang voor zijn, verdrietig van worden of zich zorgen over maken. Wat vaak helpt is om te vertellen wat het met u doet, dat uw kind ziek is of dat de dokter niet zo’n goed nieuws had. Zoals: ‘Ik kan me best voorstellen dat je geschrokken bent, dat zou ik ook zijn. Is dat zo?’ Of: ‘Ik zag aan jou dat je het eng vond toen we naar het ziekenhuis moesten. Wat helpt jou om het minder eng te maken? Wat kan ik dan voor je doen?’ Wat voor kinderen prettig is, is om te praten in een situatie waarin geen direct oogcontact nodig is. Dus bijvoorbeeld samen in de auto, als u samen de hond uitlaat of samen in het donker op bed ligt.

  • Veel broers en zussen krijgen te maken met gevoelens van verdriet, boosheid, frustratie en angst. Daarbij worstelen ze vaak met gevoelens van schuld, schaamte en jaloezie. Ze kunnen het gevoel hebben dat het (deels) hun schuld is dat hun broer of zus ziek is of dat papa en mama soms verdrietig zijn. Ook zijn ze vaak jaloers op de extra aandacht die hun zieke broer of zus krijgt van iedereen om hen heen. Ze durven hier vaak niet over te praten. Het helpt als u tegen uw kinderen vertelt dat het niet raar is als ze dit voelen en dat het erbij hoort.

  • Kinderen uiten zich niet altijd door te praten over wat ze voelen. Naar muziek luisteren, chatten met vriend(inn)en, tekenen, sporten kunnen allemaal manieren zijn om hun angst, boosheid, verdriet, frustratie of onmacht kwijt te kunnen.

  • U kunt natuurlijk altijd hulp inroepen als u het lastig vindt om met uw kinderen te praten of als u het gevoel heeft dat uw kind niet lekker in zijn vel zit en u krijgt niet duidelijk wat er speelt. Een kinder- en jeugdpsycholoog, een pedagogisch medewerker in het ziekenhuis kunnen u ook helpen bij vragen over broers en zussen. Ook bij het Centrum voor Jeugd en Gezin kunt u terecht voor hulp en advies.

  • Het geeft niet als uw kinderen uw emoties zien. Wel kunnen uw kinderen denken ‘wat is er aan de hand, waarom zijn mijn ouders zo verdrietig?’ Ze kunnen zich schuldig voelen dat u zo’n verdriet heeft. Het helpt vaak niet om het verdriet achter te houden. Vaak voelen kinderen dat het verdriet er is (ook al wordt er niet gehuild). Het is voor kinderen fijner om uit te leggen waarom u verdrietig bent. Zo zien kinderen dat verdriet bij het leven hoort, ook bij dat van volwassen mensen. En ze leren dat je verdriet kunt hebben en daarna toch ook weer blij kunt zijn.

  • Hoe moeilijk het soms ook kan zijn, ook voor uw andere kinderen blijft het van belang om ze zo gewoon mogelijk op te voeden. Ook al kunt u niet altijd dezelfde regels hanteren, zorg wel dat u regels en afspraken consequent gebruikt. En stel grenzen. Grenzen geven kinderen duidelijkheid en veiligheid, dit geeft ook rust in het gezin. Wilt u hier graag ondersteuning bij (al is het maar voor een korte vraag), vraag hier gerust om bij de medisch maatschappelijk werker van het ziekenhuis of de kinderpsycholoog.

  • Juist als er veel verandert in het gezin is het voor broers en zussen belangrijk om ook te weten wat er hetzelfde blijft. Probeer ze zoveel mogelijk in hun vertrouwde ritme te laten (bijv. etenstijd/bedtijd). Dat geeft rust. Als er andere afspraken nodig zijn, bespreek dit dan met ze (bijv. iemand anders die ze naar het sporten brengt, bij opa en oma logeren, kunnen er vriend(innet)jes thuis komen spelen).

  • Een ziek kind in een gezin betekent eigenlijk altijd dat andere kinderen minder aandacht krijgen van hun ouders. Dat is helaas niet anders. Het betekent dat u misschien vaker bewust momenten moet kiezen om aandacht te geven aan de andere kinderen.

  • Veel broers en zussen vinden het fijn om te helpen in de verzorging van hun zieke broer of zus of nemen een taak over. Dat geeft ze het gevoel dat ze iets kunnen betekenen. Let er wel op dat ze niet teveel verantwoordelijkheid op zich nemen. Geef ze de boodschap: Helpen mag, maar je mag ook gewoon je eigen dingen blijven doen. Dit geldt ook voor kinderen die zich teveel aanpassen aan hun zieke broer of zus en daardoor onvoldoende opkomen voor wat ze zelf nodig hebben.

  • Wat veel broers en zussen vervelend vinden is als er veel mensen op bezoek komen en dat er veel wordt gebeld. Dit is niet altijd te voorkomen. Probeer ervoor te zorgen dat u elke dag ook voldoende tijd hebt om alleen met uw gezin te zijn. Vraag of mensen op bepaalde momenten op de dag komen (bijv. onder schooltijd) en niet bellen tijdens etenstijd of in de avond als de kinderen naar bed gaan.

  • Onderneem af en toe een activiteit met één van de andere kinderen. Of het nu gaat om ergens een broodje te gaan eten, een potje te voetballen in de tuin, knutselen, shoppen of zwemmen. Dat maakt niet uit. De extra aandacht die uw kind krijgt vinden ze heel fijn.

  • Laat iedereen in het gezin een wensenlijstje maken van wat je belangrijk vindt of graag zou willen. Zo kun je elkaar op ideeën brengen en voelen alle kinderen zich even belangrijk.

  • Misschien vinden uw kinderen het fijn om op de site www.bijzonderebroerofzus.nl te kijken. Deze site is speciaal voor broers en zussen van een kind met een ziekte of handicap. Ze kunnen er informatie op vinden, e-mailen met een deskundige of contact zoeken met andere kinderen.

  • Leg veel gezinsmomenten vast op foto/video. Hoe naar de situatie soms ook is, voor de verwerking van alles wat er tijdens de ziekteperiode gebeurt, is het voor het zieke kind en de broers en zussen fijn om daar op een later moment op terug te kunnen kijken.

  • U kunt op deze website ook eens kijken op de informatie voor broers en zussen. Wellicht staan hier ook tips waar u als ouder iets mee kunt.

  • In de boekenkast op deze site staan boeken die u samen met uw kinderen kunt lezen.