jongere 12 - 18 jaar > jouw gezin > vader - moeder

Als je ziek bent of je lijf werkt niet helemaal goed, dan heb je vaak hulp nodig van je ouders. Ook als je dat eigenlijk helemaal niet (meer) wilt. Jullie horen bij elkaar en dat betekent dat je leuke dingen samen doet en soms ook minder leuke dingen deelt. Op welke manier wordt er bij jou thuis rekening gehouden met jouw ziekte? En hoe ga jij hiermee om?

  • Herken je de gedachte dat jij je ouders verdriet doet, omdat je ziek bent? Misschien voel je je daardoor extra verantwoordelijk om positief te blijven (ondanks pijn of vermoeidheid of andere klachten). Sommige jongeren willen vooral positief zijn, om iets terug te doen voor hun ouders. Dat is lief bedoeld, maar voor je ouders is het fijner als je laat merken hoe jij je echt voelt, ook al is dat niet fijn. 

  • Hoe helpen je ouders jou? Vind je het fijn dat ze dat zo doen? Misschien vind je dat je ouders je teveel helpen en dat je inmiddels oud genoeg bent om bepaalde dingen zelfstandig te doen. Kom op voor jezelf en ook al denk je ‘Dat mag ik toch niet…’, praat dan toch met je ouders over wat je graag zou willen.

  • Het kan ook zijn dat je ouders vinden dat je zelfstandiger moet worden, net als je broers of zussen. Dat geeft sommige jongeren het gevoel dat ze niet worden begrepen en dat er teveel van ze wordt verwacht. Er is ook hier maar één manier om het aan te pakken. Kom voor jezelf op en bespreek het met ze. Het kan best zijn dat je ouders zich niet bewust zijn dat het zo voor jou voelt.

  • In sommige gezinnen is maar één ouder, alleen de vader of de moeder. Dan kan het soms nog moeilijker zijn om te praten. Vraag je af of er iemand is, dicht bij jullie gezin, met wie je kunt praten als je dat even nodig hebt? Een vriend of vriendin of een oom of tante? Je mentor?

  • Je ouders willen altijd het beste voor jou. Maar het kan zijn dat zij daar andere ideeën over hebben dan jij. Word niet meteen boos als je het niet met ze eens bent, maar probeer op een rustig moment te vertellen waarom jij een andere mening hebt.

  • Heb jij het gevoel dat je alles ‘nu’ moet doen? Dat je nu wilt genieten en geen tijd wilt verliezen? En hoe gaan jouw ouders hiermee om? Hebben zij hetzelfde gevoel of vind je misschien dat je ouders je teveel afremmen? Bespreek wat je graag wilt doen, nu het (nog) kan. Zij zijn de eersten die je kunnen helpen om zoveel mogelijk leuke dingen te doen.

  • Wil je eens een keer niet aan je ziekte denken en iets leuks doen? Dat kan samen met je ouders, broertjes of zusjes of vrienden. Er zijn organisaties die uitstapjes en vakanties organiseren voor zieke kinderen en jongeren en hun gezin.