kind tot 12 jaar > mensen die bij jou horen > oppas

Iemand die op je past kent je wel, maar hij of zij gaat ook gewoon weer weg. Dat kan heel prettig zijn. Vaak kan zo’n oppas goed luisteren en dan kun je eens even lekker vertellen wat je dwars zit.

  • Als je ziek bent en je bent vaak thuis, dan is het natuurlijk fijn als je papa of mama altijd thuis zijn. Maar soms kan dat niet. Dan is er vaak een oppas in huis, die op je let of voor je zorgt. Soms is dat een oma of opa, een buurvrouw of een tante. Het is fijn als het iemand is die ook leuke dingen met jou kan doen. Misschien kunnen jullie samen spelletjes doen, knutselen of een leuke film kijken.

  • Er kunnen dagen zijn dat de oppas meer bij jou is dan je vader en moeder. Misschien vind je het dan ook gemakkelijker om aan de oppas te vertellen hoe je je voelt. Dat is heel normaal en mag je gerust doen. Als je er maar met iemand over kunt praten.

  • Als je een nieuwe oppas krijgt, die je nog niet zo goed kent, kost het even tijd om elkaar te leren kennen. Je kunt samen een ‘wie ben jij’-interview doen. Bedenk vragen over wat je wilt weten van de oppas. En de oppas bedenkt vragen over wat hij/zij over jou wil weten. Daarna interview je elkaar. Verzin ook eens wat gekke vragen, zoals: als je op vakantie gaat en je mag maar drie dingen meenemen: wat zou je dan meenemen? En: als je één miljoen euro zou winnen, wat zou je dan allemaal met het geld doen?