kind tot 12 jaar > jouw gezin > vader - moeder

Als je ziek bent of je lijf werkt niet helemaal goed, dan heb je wel eens hulp nodig van anderen. In de eerste plaats zijn er natuurlijk je vader en moeder. Die kennen je het beste en weten precies hoe het met jou gaat. Ze zorgen voor jou, je doet samen leuke dingen en je kunt ook bij ze terecht als het minder goed gaat.

  • Sommige kinderen vinden het heel moeilijk om te vertellen dat ze soms bang, boos of verdrietig zijn. Ze zijn dan bang dat ze hun vader en moeder daarmee verdriet doen. Praat jij wel eens met je vader en moeder over jouw ziekte en hoe jij je van binnen voelt? Voor hen is het fijn te weten wat je denkt, hoe jij je voelt en of je je misschien ergens zorgen over maakt. Ook al zijn ze misschien bezorgd en misschien wel eens verdrietig. Toch willen ze dat graag van je horen.

  • Hoe helpen je vader en moeder jou? Vind je het fijn dat ze dat zo doen? Misschien vind je dat je vader en moeder je teveel helpen. Het kan ook zijn dat zij vinden dat je juist moet leren om meer dingen zelf te doen (net als je broers of zussen). Jouw vader en moeder beslissen soms wat fijn voor je is en soms doen ze ook wel eens dingen die jij niet zo prettig vindt.  Het helpt als je zelf ook vertelt wat je fijn vindt en wat niet. En natuurlijk horen ze het ook graag als je al weet hoe jij geholpen zou willen worden.

  • In sommige gezinnen is er alleen een vader of alleen een moeder. Het kan zijn dat je het dan nog veel moeilijker vindt om te praten. Is er dan iemand dicht bij jou, met wie je kunt praten als je dat even nodig hebt (bijvoorbeeld je opa, oma, je broer of zus of misschien je juf of meester)?

  • Je vader en moeder willen altijd het beste voor jou. Maar het kan toch zijn dat zij dingen anders doen dan jij fijn vindt. Word niet meteen boos als je het niet met ze eens bent, maar probeer op een rustig moment te vertellen waarom jij er anders over denkt.